
De Hoge Raad verduidelijkt wanneer een bestuursorgaan in beroep alsnog kan stellen dat een bezwaar te laat is ingediend. Hoewel het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel als uitgangspunt bescherming bieden, geldt een belangrijke uitzondering bij onjuiste of onvolledige informatie van de belastingplichtige. Het arrest brengt nuance in de verhouding tussen formeel procesrecht en materiële rechtsbescherming. Voor de praktijk betekent dit dat ontvankelijkheid niet altijd definitief vaststaat na de bezwaarfase.
Wanneer is een naheffingsaanslag omzetbelasting tijdig opgelegd? In deze zaak oordeelt het hof dat een aanslag tijdig is opgelegd wanneer zowel de dagtekening van het aanslagbiljet als de terpostbezorging binnen de wettelijke vijfjaarstermijn van art. 11 lid 4 AWR vallen. Met een verzendrapport maakt de inspecteur aannemelijk dat het aanslagbiljet vóór het verstrijken van de termijn aan het postvervoerbedrijf is aangeboden. Dat de belastingplichtige de aanslag pas later ontvangt, doet daar niet aan af. De uitspraak illustreert tegelijkertijd de toenemende problemen rondom de betrouwbaarheid van postbezorging in fiscale procedures.
Het arrest HR 20 februari 2026 (ECLI:NL:HR:2026:279) verduidelijkt dat het weigeren van het nultarief bij intracommunautaire leveringen wegens fraude in een andere lidstaat niet automatisch leidt tot een Nederlandse vergrijpboete. Voor een boete is vereist dat het opzet of de grove schuld gericht was op het niet‑betalen van btw die in Nederland op aangifte verschuldigd was. Ontstaat de Nederlandse btw‑schuld uitsluitend doordat het nultarief achteraf wordt gecorrigeerd, dan ontbreekt de wettelijke grondslag voor een boete. Deze uitspraak heeft belangrijke gevolgen voor de beoordeling van boetes in ICL‑fraudezaken.
De staatssecretaris concludeert dat het gebruik van RAM-spreadsheets bij de selectie van aangiften IB onaannemelijk heeft geleid tot ongelijke behandeling of financiële nadelen, waardoor herstel uitblijft. Tegelijkertijd erkent de brief dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld of het gebruik van nationaliteit voldoende was onderbouwd en proportioneel was. De ADR bevestigt dat het stappenplan is gevolgd, maar plaatst kanttekeningen bij de formele vastlegging en aannames in het onderzoek. De noot analyseert de spanning tussen deze relativeringen en de stellige beleidsconclusie.
In dit blog wordt het arrest van de Hoge Raad van 23 januari 2026 besproken over de grenzen van de rechtsstrijd bij proceskostenvergoedingen. De Hoge Raad oordeelt dat een rechter in hoger beroep alleen die onderdelen van een proceskostenvergoeding mag aanpassen waarover is geklaagd. Ambtshalve verlaging van punten of wegingsfactor is niet toegestaan.Blog: De proceskosten van de scheldende gemachtigde en de grenzen van de rechtsstrijd.