Prins Bernhardplein 200 (Unit 0.02A)

1097 JB Amsterdam

Telefoon 085-0209327

Mr. N. Kolste Legal & Tax

Blog: Weigering nultarief ≠ vergrijpboete

HR 20 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:279

In het arrest van 20 februari 2026 verduidelijkt de Hoge Raad de grenzen van het Nederlandse boeterecht bij intracommunautaire leveringen. De uitspraak is relevant voor situaties waarin een leverancier het nultarief toepast, maar de Belastingdienst dit achteraf weigert vanwege fraude in de lidstaat van bestemming. Het nultarief kan in die gevallen terecht worden geweigerd, maar dat betekent niet automatisch dat ook een vergrijpboete mogelijk is.

Wat speelde er?

De zaak draait om een handelaar in tweedehands auto’s die voertuigen verkocht aan ondernemers gevestigd in Midden- en Oost-Europa. Materieel voldeed de leverancier aan alle eisen voor de intracommunautaire levering (ICL): de auto’s verlieten Nederland en werden grensoverschrijdend vervoerd. Toch werd het nultarief geweigerd. De inspecteur stelde, onder verwijzing naar valse of gemanipuleerde vervoersdocumenten, dat de auto’s feitelijk in Berlijn terechtkwamen en dat belanghebbende deel uitmaakte van een keten waarin in de lidstaat van bestemming geen btw werd voldaan.

Omzetbelasting

Het ontzeggen van het nultarief bij deelname aan een fraudeketen is gebaseerd op vaste Europese rechtspraak, op grond waarvan een lidstaat het nultarief mag weigeren wanneer de leverancier wist of had moeten weten dat hij deel uitmaakte van een frauduleuze structuur. De Hoge Raad volgt deze lijn. De heffing bleef in deze zaak dan ook in stand.

Boete

Voor de boetes liep het anders. De inspecteur verklaarde ter zitting bij het hof ddat het opzet van belanghebbende was gericht op btw-ontduiking in de andere lidstaat, niet in Nederland. Die verklaring was in cassatie doorslaggevend.

Artikel 67f AWR vereist namelijk opzet of grove schuld gericht op het niet-betalen van btw die in Nederland op aangifte verschuldigd was. Als de Nederlandse btw-schuld pas ontstaat doordat het nultarief richtlijnconform wordt geweigerd, is het handelen van de belastingplichtige niet gericht op het niet-betalen van Nederlandse belasting.

De Hoge Raad benadrukt dat voor boetes een strikte wettelijke grondslag geldt en dat een richtlijnconforme uitbreiding — zoals bij de heffing wel mogelijk is — hier niet geoorloofd is. Wanneer de btw-schuld uitsluitend voortvloeit uit het achteraf weigeren van het nultarief, ontbreekt de wettelijke basis voor een vergrijpboete.

Wat betekent dit voor de praktijk?

In ICL-fraudezaken moet scherp worden gekeken naar de inhoud van het verwijt. Het feit dat een belastingplichtige deelneemt aan een grensoverschrijdende fraudeconstructie kan voldoende reden zijn om het nultarief te weigeren, maar niet om een vergrijpboete op te leggen — tenzij ook kan worden bewezen dat het opzet of de grove schuld gericht was op het niet-betalen van de Nederlandse btw.