Noot van Niels Kolste in NTFR 2026/333
Samenvatting
Het is onaannemelijk dat het gebruik van de onderzochte Risico Analyse Model (RAM)-spreadsheets heeft geleid tot ongelijke behandeling of onterechte nadelige financiële gevolgen bij de selectie van aangiften IB. Staatssecretaris Heijnen ziet daarom geen reden tot herstel.
De staatssecretaris gaat in een Kamerbrief in op de uitkomsten van een onderzoek naar het gebruik van RAM-spreadsheets en de mogelijke gevolgen daarvan voor grondrechten en gelijke behandeling en de stappen om hergebruik van deze bestanden uit te sluiten.
Centraal staan RAM-spreadsheets die (mede) zijn samengesteld op basis van nationaliteit en postcode, en de vraag of daarmee het grondrecht op gelijke behandeling is geschonden. De Auditdienst Rijk (ADR) toetste of het stappenplan correct is toegepast en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en het College voor de Rechten van de Mens (CRM) waren betrokken bij de beoordeling.
Geen grond voor herstel
Uit het onderzoek blijkt dat het gebruik van nationaliteit in de onderzochte spreadsheets ‘valide zou kunnen zijn’, maar dat op basis van de beschikbare informatie niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat er voldoende zwaarwegende redenen waren en dat de werkwijze geschikt en proportioneel was. Een vooraf opgestelde en gedocumenteerde onderbouwing ontbreekt, waardoor ook niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat geen grondrechten zijn geschonden. Tegelijkertijd wordt geconcludeerd dat het onaannemelijk is dat de onderzochte spreadsheets hebben geleid tot ongelijke behandeling of onterechte nadelige financiële gevolgen bij de selectie van aangiften IB. Er zijn geen concrete aanwijzingen gevonden dat personen door hun nationaliteit of postcode een grotere kans op controle of ander onterecht nadeel hadden, al kan dit door gebrek aan informatie niet volledig worden uitgesloten. De staatssecretaris ziet daarom geen grond voor herstel.
De ADR concludeert dat het stappenplan in de kern is gevolgd en dat de uitkomsten herleidbaar zijn, maar signaleert tekortkomingen in de formele vastlegging, governance en herleidbaarheid, die de navolgbaarheid van het onderzoek bemoeilijkten. De AP stelt dat het onderzoek slechts een zeer beperkt deel van de selecties omvat en wijst erop dat de Belastingdienst een te beperkte visie heeft op wanneer sprake is van discriminerende verwerking. De Belastingdienst wordt dringend opgeroepen bij toekomstige werkzaamheden gericht op het tegengaan van discriminatie een bredere benadering te hanteren.
Daarnaast beschrijft de staatssecretaris hoe wordt uitgesloten dat RAM-spreadsheets nog worden gebruikt binnen de Belastingdienst, Douane en samenwerkingsverbanden. Gedeelde en persoonlijke werkomgevingen worden systematisch doorzocht, aangetroffen RAM-spreadsheets worden veiliggesteld en verwijderd van de oorspronkelijke locatie. Ook zijn samenwerkingsverbanden gevraagd om te zoeken naar RAM-data; één spreadsheet is daar aangetroffen en ontoegankelijk gemaakt.
Noot
In mijn noot in NTFR 2025/2048 schreef ik al dat de staatssecretaris na het kerstreces nog een aanvullende beantwoording van vragen over het RAM zal publiceren. Met de brief die nu naar de Kamer wordt gestuurd, sluit de staatssecretaris het onderzoek naar het RAM af. De belangrijkste conclusie is dat het onaannemelijk is dat selectie op basis van nationaliteit of postcode heeft geleid tot ongelijke behandeling of onterechte nadelige financiële gevolgen, zodat herstel niet aan de orde wordt geacht.
De brief erkent echter tegelijkertijd dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld of voor het gebruik van nationaliteit voldoende zwaarwegende redenen bestonden, noch dat de werkwijze geschikt en proportioneel was, en zelfs dat niet met zekerheid kan worden uitgesloten dat grondrechten zijn geschonden.
Opvallend is ook dat de ADR weliswaar bevestigt dat het stappenplan dat is ontwikkeld voor de Wet compensatie wegens selectie aan de poort bij het onderzoek is doorlopen en de uitkomsten herleidbaar zijn, maar de ADR plaatst daarbij wel kanttekeningen. Zo wijst de ADR op beperkte formele vastlegging van besluiten en keuzes, tussentijdse wijzigingen in de bepaling van de onderzoekspopulatie en een handmatige analyse die deels steunt op aannames en niet-geformaliseerde praktijkregels. Ik vraag mij dan ook af of de ADR daarmee de getrokken conclusie over het onderzoek niet heel erg relativeert.
Wat er ook van zij, met deze brief lijkt het RAM-dossier, in ieder geval door de staatssecretaris, definitief te zijn afgesloten.


