Prins Bernhardplein 200 (Unit 0.02A)

1097 JB Amsterdam

Telefoon 085-0209327

Mr. N. Kolste Legal & Tax

Blog: Kan in beroep de ontvankelijkheid van bezwaar alsnog ter discussie worden gesteld? De Hoge Raad brengt nuance aan

De Hoge Raad heeft op 20 maart 2026 een arrest gewezen over de vraag of een bestuursorgaan in (hoger) beroep nog kan aanvoeren dat een bezwaar niet-ontvankelijk is wegens termijnoverschrijding, nadat het eerder inhoudelijk op dat bezwaar heeft beslist Het arrest verduidelijkt wanneer het rechtszekerheid en vertrouwensbeginsel zich verzetten tegen het feit dat een bestuursorgaan zich in (hoger) beroep alsnog beroept op niet-ontvankelijkheid van het bezwaarschrift.

Feiten en procesverloop

De zaak betreft een legesaanslag die in 2017 is verzonden naar het door de belastingplichtige opgegeven correspondentieadres. De belastingplichtige had inmiddels haar feitelijke vestigingsadres gewijzigd, maar deze wijziging niet aan de gemeente doorgegeven. Nadat in 2018 een duplicaat van de aanslag werd ontvangen, is bezwaar gemaakt. 

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar ontvankelijk geacht en inhoudelijk beoordeeld, maar heeft zich vervolgens in beroep en hoger beroep op het standpunt gesteld dat het bezwaar niet-ontvankelijk was wegens termijnoverschrijding. Het hof heeft -anders dan de rechtbank- dit standpunt gevolgd en het bezwaar in hoger beroep alsnog niet-ontvankelijk verklaard.

In cassatie stond centraal of een dergelijk tijdigheidsverweer nog kan worden gevoerd nadat het bestuursorgaan eerder zelf van ontvankelijkheid is uitgegaan. 

De conclusie van A-G Pauwels

In de conclusie van A-G Pauwels is uitgangspunt bescherming van de rechtszekerheid. Volgens de A-G brengt dit beginsel mee dat een bestuursorgaan na een inhoudelijke beoordeling van een bezwaar in beginsel geen beroep meer kan doen op termijnoverschrijding. Daarmee sluit hij aan bij de lijn van de CRvB en de Afdeling bestuursrechtspraak. 

Tegelijkertijd onderkent de A-G dat dit uitgangspunt niet absoluut is. In lijn met de rechtspraak over het vertrouwensbeginsel acht hij uitzonderingen gerechtvaardigd, met name wanneer de belastingplichtige zelf onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt die van invloed is geweest op de beoordeling van de tijdigheid.

Oordeel van de Hoge Raad

De Hoge Raad overweegt dat het bestuursorgaan in beginsel zelf moet beoordelen of een bezwaar tijdig is ingediend op grond van de artikelen 6:7 tot en met 6:9 Awb. 

Het feit dat een bezwaar inhoudelijk is behandeld, brengt echter mee dat het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel eraan in de weg kunnen staan dat het bestuursorgaan in een latere fase alsnog een beroep doet op termijnoverschrijding. Dit vormt het uitgangspunt.

Dat uitgangspunt is echter niet absoluut. Het tijdigheidsverweer is alsnog wel toegestaan als:

  • de belastingplichtige onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt of ten onrechte informatie niet heeft verstrekt die relevant is voor de tijdigheid, en
  • de belastingplichtige had moeten begrijpen dat het bestuursorgaan daardoor de ontvankelijkheid niet goed kon beoordelen, en
  • het bestuursorgaan mede daardoor ten onrechte van ontvankelijkheid is uitgegaan.  

Hier sluit de Hoge Raad nauw aan bij de lijn die A-G Pauwels had voorgesteld.

Betekenis voor de praktijk

Voor de praktijk is met name relevant dat de ontvankelijkheidsvraag niet definitief van tafel is nadat een bezwaarschrift ontvankelijk is verklaard. De ontvankelijkheidsvraag kan in beroep alsnog ter tafel komen. 

De hoofdregel is in dat geval het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel eraan in de weg dat dat een beroep op niet-ontvankelijkheid van het orgaan alsnog wordt gehonoreerd. Dit beroep kan echter alsnog worden gehonoreerd als de belastingplichtige onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt.