Kritische noot van Niels Kolste in NTFR 2026/83 bij de reactie van de staatsecretaris waarin hij het belang van laagdrempelige fiscale rechtshulp en ziet dat er al veel voorzieningen bestaan om burgers te ondersteunen. Staatssecretaris Heijnen concludeert dat uitbreiding van toevoegingen voor rechtsbijstand naar fiscaal adviseurs op dit moment niet noodzakelijk is.
Samenvatting
Het kabinet onderschrijft het belang van laagdrempelige fiscale rechtshulp en ziet dat er al veel voorzieningen bestaan om burgers te ondersteunen. Staatssecretaris Heijnen concludeert dat uitbreiding van toevoegingen voor rechtsbijstand naar fiscaal adviseurs op dit moment niet noodzakelijk is.
Op 25 maart 2025 is een motie van het lid Krul aangenomen, waarin de regering werd verzocht te onderzoeken of en hoe een toevoeging voor rechtsbijstand kan worden uitgebreid naar fiscaal adviseurs die zijn aangesloten bij een beroepsvereniging, om het aanbod van rechtsbijstand in fiscale procedures te vergroten en verbeteren. In de Kamerbrief deelt de staatssecretaris van Financiën, mede namens de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de resultaten van dit onderzoek.
Bestaande fiscale rechtshulp en stelsel
Het kabinet onderschrijft de noodzaak van toegankelijke laagdrempelige fiscale rechtshulp voor iedereen en wijst erop dat de Belastingdienst de dienstverlening actief verbetert en afstemt op de behoeften van burgers en bedrijven. Zo biedt de Belastingdienst hulp bij het doen van aangifte via telefoon, videobellen, fysieke balies, steunpunten en een dienstverleningsbus, en ondersteunt hij het Stella-team burgers met urgente, complexe meervoudige belastingproblemen. Daarnaast worden maatschappelijke dienstverleners ondersteund via ‘help de helper’, informatiebijeenkomsten en het digitale platform Kennisnetwerk.
De staatssecretaris beschrijft het wettelijke stelsel van rechtsbijstand in de Wet op de rechtsbijstand (Wrb), waarin advocaten de primaire rechtsbijstandverleners zijn en slechts in beperkte mate ruimte bestaat voor ‘anderen’ zoals fiscalisten, wanneer er een grote leemte is waarin de advocatuur niet kan voorzien. Rechtsbijstand in bepaalde eenvoudige fiscale kwesties (zoals het doen van aangifte of eenvoudige bezwaren) komt in principe niet in aanmerking voor een toevoeging, tenzij sprake is van bijzondere feitelijke of juridische ingewikkeldheid.
Geen leemte voor advocatuur, wel inzet op toegankelijkheid
De brief schetst daarnaast een breed palet aan extra waarborgen voor fiscale rechtsbescherming, zoals het op te stellen handvest voor belastingplichtigen, de Belangenbehartiger voor belastingplichtigen en toeslaggerechtigden als tweedelijnsrechtshulp en initiatieven als belastingwinkels en sociaal raadslieden. Ook wordt gewezen op de Stichting Ondersteuning Fiscale Rechtshulp (SOFiR), die een brug slaat tussen maatschappelijke organisaties en fiscale professionals om mensen met beperkte middelen bij te staan en knelpunten in de fiscale regelgeving te signaleren.
De Nederlandse Orde van Advocaten wijst op een leemte in het doenvermogen van burgers door een veelvoud aan regelingen en instanties, maar de staatssecretaris stelt dat deze leemte niet wordt opgelost door uitbreiding van gesubsidieerde rechtsbijstand naar belastingadviseurs, omdat de toegang via de advocatuur al is geborgd. De Raad voor Rechtsbijstand heeft geen signalen ontvangen dat er in fiscale procedures een leemte is waarin de advocatuur niet kan voorzien, zodat de staatssecretaris geen noodzaak ziet om de Raad te verzoeken overeenkomsten aan te gaan met belastingadviseurs.
Noot
Belastingrecht en gefinancierde rechtsbijstand is een niet erg gelukkig huwelijk; de Raad voor de Rechtsbijstand is zeer restrictief in het afgeven van toevoegingen voor fiscale zaken. Zo wordt geen toevoeging gegeven voor het indienen van een bezwaarschrift in een belastingzaak als het bezwaar uitsluitend betrekking heeft op een geschil van feitelijke of rekenkundige aard en ook wordt voor bijvoorbeeld een verzoek om kwijtschelding van belasting geen toevoeging verleend.
Zelfs indien een bestuurlijke boete is opgelegd, dan komt het indienen van bezwaar (en een zienswijze) niet voor een toevoeging in aanmerking. Pas in de beroepsfase komen fiscale zaken wel volledig in aanmerking voor een toevoeging. Een ander punt van aandacht is dat voor aanslagen die voortvloeien uit bedrijfsmatig handelen in principe ook geen toevoeging wordt afgegeven.
Als het doel is een fiscaal geschil laagdrempelig op te lossen, dan lijkt mij nu juist de bezwaarfase geschikt, en wellicht zelfs nog de daaraan voorafgaande fase. Verder is het juist in die fase ook voor met name de minder zelfredzame belastingplichtige van belang om bijstand te krijgen, juist omdat anders mogelijk geen acht wordt geslagen op fatale bezwaartermijnen. Hierbij dient wat mij betreft ook lering te worden getrokken uit de toeslagenaffaire; waar hier in het verleden ook geen toevoegingen werden afgegeven, krijgen nu in het kader van de hersteloperatie als het goed is alle gedupeerden een toevoeging.
Naast het feit dat het al lastig is om een toevoeging voor een fiscale zaak te krijgen, geldt ook nog eens dat een toevoeging in beginsel alleen voor een advocaat kan worden verkregen. In heel Nederland zijn er ongeveer 280 advocaten die zich in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse Orde van Advocaten hebben ingeschreven met de specialisatie belastingrecht. Hiervan geven circa 20 advocaten via ditzelfde register aan toevoegingen te doen. In de praktijk zullen dit er wat meer zijn, maar hiermee lopen zij niet te koop om een te grote toestroom van verzoeken voor toevoegingszaken te voorkomen.
In de motie-Krul wordt verzocht om te onderzoeken of het verlenen van toevoegingen uitgebreid kan worden naar (georganiseerde) fiscalisten. Hiermee zou er direct een behoorlijk extra potentieel aan fiscale rechtsbijstandsverleners ontstaan, waardoor effectievere en laagdrempeliger fiscale rechtsbijstand wordt verleend.
De brief van de staatssecretaris
In zijn brief concludeert de staatsecretaris dat het primaat voor gefinancierde rechtsbijstand bij de advocatuur ligt en er pas als er sprake is van een grote leemte sprake kan zijn van toelatingen van anderen zoals belastingadviseurs. Volgens de Raad voor de Rechtsbijstand, de uitvoerder van de WRB, is een dergelijk leemte er niet. Hierbij past naar mijn mening wel de kanttekening dat de slager zijn eigen vlees keurt. Zoals hiervoor geschetst, is het erg lastig om in fiscale zaken een toevoeging te krijgen en houdt binnen de advocatuur zich maar een beperkte club bezig met het belastingrecht. Hierdoor is er al sprake van een filter en bereikt een groot deel van de mogelijk zaken de Raad voor de Rechtsbijstand niet. Hiernaast geldt nog dat het procederen over een (afgewezen) toevoeging ook veel tijd kost en rechtsbijstandsverleners dus niet snel opkomen tegen het niet verlenen van een toevoeging.
De Nederlandse Orde van Advocaten wijst op een leemte in het doenvermogen van burgers. De staatssecretaris erkent dat deze leemte er is maar ziet geen oplossing in het verbreden van het aanbod van fiscale rechtsbijstandsverleners op toevoegingsbasis, maar in een vereenvoudiging van het stelsel en andere (laagdrempelige) initiatieven.
Met betrekking tot de vereenvoudiging van het stelsel help ik de staatssecretaris hopen dat deze op korte termijn bereikt kan worden. De praktijk is echter anders en het stelsel wordt nog jaarlijks gecompliceerder zodat van deze oplossing weinig te verwachten is.
De tweede constatering van de staatssecretaris vind ik schokkender. De staatssecretaris zet in op laagdrempelige fiscale rechtshulp. De oplossing bestaat echter uit hulp door de Belastingdienst zelf en maatschappelijk initiatieven, waar de staatsecretaris lijkt te doelen op gratis fiscale rechtshulp zoals deze bijvoorbeeld wordt gegeven door belastingwinkels.
Om met het eerste te beginnen. In het kader van een potentieel conflict met de overheid lijkt het mij niet wenselijk dat diezelfde overheid ook de reddingsboei is. In dergelijke gevallen is het belangrijk dat de belangen van de belastingplichtige onafhankelijk worden vertegenwoordigd.
Met het tweede lijkt de staatssecretaris in te zetten op (goedkope) eerstelijnshulp. Bij het doen van aangifte zijn hiervoor inderdaad verschillende mogelijkheden, zoals bij belastingwinkels. Probleem daarbij is dat ook hiertoe niet iedereen toegang heeft. Een ander probleem is dat deze hulp zich veelal concentreert op hulp bij het doen van de aangifte inkomstenbelasting. Bij andere problemen kan geen hulp worden geboden.
Saillant vind ik ook dat de staatssecretaris de SOFiR aanhaalt in zijn brief. SOFiR is nu juist niet gericht op individuele bijstand, maar op het bijstaan van maatschappelijke organisaties bij het verlenen van fiscale rechtsbijstand aan mensen met beperkte financiële middelen. Ik begrijp dan ook niet waarom de staatssecretaris in dit verband SOFiR wel noemt, maar deze stichting blijkbaar niet om input heeft gevraagd. Naar mijn mening had juist SOFiR goede input kunnen leveren. Waarbij ik niet uitsluit dat de input zou zijn geweest dat de gefinancierde rechtsbijstand in fiscale zaken juist wel uitgebreid dient te worden om voldoende toegang te waarborgen.
Ik zou de Tweede Kamer in dit verband ook willen oproepen om in het kader van de aangenomen motie de staatssecretaris op te roepen om dit onderzoek breder te trekken en niet slechts de Raad voor de Rechtsbijstand en de Nederlandse Orde van Advocaten hierbij te betrekken. Dit mede omdat naar mijn mening toegankelijke laagdrempelige rechtsbijstand in de eerste fase van een mogelijk conflict zal leiden tot een effectievere afdoening hiervan.


