Prins Bernhardplein 200 (Unit 0.02A)

1097 JB Amsterdam

Telefoon 085-0209327

Mr. N. Kolste Legal & Tax

Blog: Hoge Raad houdt APV-regeling overeind, maar let op buitensporige last

De Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2025:1389) heeft duidelijkheid gegeven over de veelbesproken APV-regeling (afgezonderd particulier vermogen). Centraal stond de vraag: mag de Belastingdienst vermogen van een stichting toerekenen aan erfgenamen, ook als zij daar geen direct voordeel van hebben? En is dat in lijn met de bescherming van eigendom en gelijkheid uit het EVRM?

De casus: een familiefonds uit 1907

Het ging om een stichting die al meer dan een eeuw bestaat. Doel: familieleden financieel ondersteunen, zodat jonge generaties een “honorabel bestaan” konden opbouwen.

  • Alleen aangewezen familieleden konden profiteren.
  • Als er geen gerechtigden meer waren, zou het vermogen naar een maatschappelijk doel gaan.
  • Belanghebbende – de weduwe van een kleinzoon van de oprichter – kreeg tot 2017 jaarlijks €1.000.

De inspecteur vond dat de stichting kwalificeerde als APV en rekende een deel van het vermogen toe aan belanghebbende. Gevolg: een navorderingsaanslag box 3.

Het hof: regeling te ongelijk

Het hof gaf de belanghebbende deels gelijk. Ja, de regeling heeft een legitiem doel (heffingslekken voorkomen), maar in dit geval pakte het volgens het hof disproportioneel uit. De weduwe moest immers belasting betalen zonder daadwerkelijk voordeel te hebben. Het hof beperkte de heffing daarom tot nihil.

De Hoge Raad: wetgever heeft ruime speelruimte

De Hoge Raad draait dit oordeel terug:

  • De APV-regeling is juist bedoeld om te voorkomen dat vermogen fiscaal “zweeft”.
  • Het toerekenen van vermogen aan erfgenamen is een duidelijke en werkbare oplossing.
  • Dat dit soms ongelijk uitpakt – de één betaalt zonder voordeel, de ander juist minder – is door de wetgever voorzien én gerechtvaardigd.

Volgens de Hoge Raad is de regeling niet “van redelijke grond ontbloot”. Daarmee voldoet zij aan de proportionaliteitseis en aan het discriminatieverbod.

Maar: ruimte bij individuele gevallen

Belangrijk is dat de Hoge Raad expliciet benadrukt dat een schending van artikel 1 EP wél mogelijk is in uitzonderlijke situaties: als sprake is van een individuele en buitensporige last. In die gevallen kan de APV-regeling dus alsnog buiten toepassing blijven.

Dit is precies waar in de praktijk de ruimte zit. Niet de regeling zelf is strijdig met het EVRM, maar de toepassing kan in een individueel geval wél tot onevenredige belastingdruk leiden.

Conclusie: APV-regeling overeind, maar scherp blijven

De Hoge Raad bevestigt dat de APV-regeling als zodanig in lijn is met het EVRM. De zaak gaat terug naar het hof om nog onbesproken stellingen van de belanghebbende te behandelen, maar de kern is duidelijk: de wetgever heeft ruime vrijheid en de regeling blijft staan.

Voor de praktijk is de boodschap tweeslachtig: de regeling zelf is robuust, maar belastingplichtigen kunnen zich wél beroepen op artikel 1 EP als zij door de toerekening onevenredig hard worden geraakt. Hier ligt ruimte om de individuele buitensporige last in procedures centraal te stellen.