Noot Niels Kolste in NTFR 2025/1840
Samenvatting
Belanghebbende is een vereniging die zich richt op het behartigen van de belangen van ouderen, zowel in algemene zin als specifiek van haar eigen leden. De vereniging is statutair onderdeel van KBO Brabant en voert haar activiteiten uit via diverse werkgroepen, waaronder ontspanning, sport, vorming, belangenbehartiging en sociaal-maatschappelijke werkgroepen. Deze zijn toegankelijk voor leden, en in sommige gevallen ook voor niet-leden. Het beleidsplan 2020-2025 onderstreept dat KBO naast ontmoeting van leden ook algemene belangenbehartiging en het versterken van sociale netwerken tot haar taken rekent. Desondanks bestaat het overgrote deel van de door belanghebbende georganiseerde activiteiten uit ontspanning, culturele en sportieve bijeenkomsten, waarbij het merendeel van de deelnemers uit eigen leden bestaat. In geschil is of belanghebbende kan worden aangemerkt als algemeen nut beogende instelling (anbi) als bedoeld in art. 5b AWR en, zo nee, of het gelijkheidsbeginsel is geschonden.
Hof Den Bosch volgt het oordeel van rechtbank Zeeland-West-Brabant (16 november 2023, NTFR 2024/152) dat belanghebbende niet voldoet aan de kwalitatieve anbi-toets. Uit de doelstellingen en feitelijke werkzaamheden blijkt volgens het hof niet dat vooral het algemeen nut wordt gediend; eerder is sprake van behartiging van de belangen van een besloten ledenkring. De activiteiten, zoals lichte sport, sociale bijeenkomsten en culturele evenementen, richten zich vooral op ontspanning en onderling contact van de leden, wat in de kern het particuliere belang van die leden betreft. Alleen indien de activiteiten hoofdzakelijk een externe werking en algemeen belang hebben — zoals bij een muziekvereniging die optreedt voor het brede publiek — kan een vereniging als anbi kwalificeren. Echter, belanghebbende maakt niet aannemelijk dat haar activiteiten deze externe werking hebben. De symbolische lidmaatschapsbijdrage doet hieraan niet af. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt eveneens verworpen, omdat belanghebbende niet aantoont feitelijk en rechtens vergelijkbaar te zijn met de door haar genoemde stichtingen en verenigingen die wel de anbi-status hebben. Met name het besloten karakter van de ledenvereniging vormt daarvoor een formeel obstakel.
(Hoger beroep ongegrond.)
Noot
In hoger beroep zijn de gronden min of meer hetzelfde als in eerste aanleg. Belanghebbende is van mening dat voldaan is aan de kwalitatieve en kwantitatieve toets en zij dus dient te worden aangemerkt als anbi. Mocht dat niet het geval zijn, dan is belanghebbende met een beroep op het gelijkheidsbeginsel alsnog van mening dat er sprake zou moeten zijn van de anbi-status.
Kastelein wijst in haar noot onder de uitspraak van de rechtbank (NTFR 2024/152) erop dat de zaak met name draait om de bewijslast. In het hoger beroep probeert belanghebbende de op haar rustende bewijslast nader in te vullen.
Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de activiteiten van belanghebbende onvoldoende rechtstreeks op het algemeen nut zijn gericht. Hoewel de statuten ook een algemeen ouderenbelang noemen, laat de feitelijke uitvoering zien dat het zwaartepunt ligt bij ontspanning en sociale ontmoeting voor de eigen leden. Dat deze activiteiten een gunstig neveneffect voor de gemeenschap kunnen hebben, is voor de invulling van de kwalitatieve anbi-toets onvoldoende. Deze hofuitspraak laat naar mijn mening zien dat de anbi-criteria als zodanig helder zijn en dat het met name gaat om de feitelijke invulling hiervan.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel treft geen doel. Op belanghebbende rust de bewijslast om de feitelijke en juridische vergelijkbaarheid te onderbouwen. Het hof stelt vast dat de aangevoerde stichtingen en verenigingen wezenlijk anders zijn ingericht of geen ledenkring bedienen, zodat het geen gelijke gevallen zijn.
Tot slot kan men nog vraagtekens zetten bij het anonimiseren van de hofuitspraak. Waar uit de uitspraak van de rechtbank nog slechts te halen viel dat het ging om een ‘KBO’, is het anonimiseren in de hofuitspraak wel erg beperkt opgevat, waardoor de identiteit van (de overkoepelende organisatie) van belanghebbende letterlijk uit de uitspraak gehaald kan worden.

