Prins Bernhardplein 200 (Unit 0.02A)

1097 JB Amsterdam

Telefoon 085-0209327

Mr. N. Kolste Legal & Tax

Noot: Herijking fiscaal inzagerecht krijgt stapsgewijze invoering

Noot van Niels Kolste in NTFR 2026/1309 over de kamerbrief van de staatssecretaris van Financiën met betrekking tot de herijking van het fiscaal inzagerecht.

Samenvatting

Staatssecretaris Eerenberg licht toe dat het fiscaal inzagerecht stapsgewijs wordt ingevoerd, zodat burgers en bedrijven hun fiscale dossier zo spoedig mogelijk en op een verantwoorde wijze kunnen inzien, rekening houdend met de beschikbare capaciteit en uitvoerbaarheid.

Met de invoering van art. 66a AWR is een belangrijke stap gezet naar meer transparantie voor burgers en bedrijven door een recht op inzage in het eigen fiscale dossier te introduceren. De staatssecretaris onderschrijft het doel van het inzagerecht volledig. Transparantie over het handelen van de overheid draagt volgens hem bij aan een betere positie van belastingplichtigen, vergroot de uitlegbaarheid van besluitvorming en versterkt het vertrouwen in de overheid.

Verandering voor Belastingdienst

De Belastingdienst constateert dat de informatie uit fiscale dossiers momenteel versnipperd is over tientallen niet-gekoppelde systemen. Daarnaast moeten documenten handmatig worden beoordeeld om vast te stellen of zij onder het inzagerecht vallen en of gegevens moeten worden afgeschermd vanwege gewichtige redenen, zoals de bescherming van de privacy van andere belastingplichtigen of medewerkers. Een Gateway Review bevestigt dat het niet alleen om een technische opgave gaat, maar om een fundamentele verandering in de manier waarop de Belastingdienst werkt. Daarom wordt afgezien van het eerder geplande addendum bij de uitvoeringstoets en wordt eerst een realistische implementatieroute uitgewerkt.

Gefaseerde invoering tot een integraal dossier

De implementatie volgt een fasering per belastingmiddel en documenttype. Tot en met 2029 worden eerst massale uitgaande berichten, zoals aanslagen, beschikkingen en ingediende formulieren, beschikbaar gemaakt via MijnBelastingdienst. Daarna volgt informatie over het behandelproces en de onderbouwing van besluiten. Vanaf 2032 moet uiteindelijk een integraal en samenhangend fiscaal dossier beschikbaar komen. In de tweede helft van 2026 ontvangt de Kamer een meer gedetailleerde routekaart.

De staatssecretaris wil daarnaast onderzoeken hoe een aanvullend fiscaal inzagerecht vorm kan krijgen, met waarborgen voor de uitvoerbaarheid. De kosten van de invoering worden zoveel mogelijk ingepast binnen het bestaande IV-portfolio van de Belastingdienst (Informatievoorziening). Voor de Douane wordt voorgesteld accijns en verbruiksbelasting uit te zonderen van het fiscaal inzagerecht, omdat dit de informatiepositie van belastingplichtigen nauwelijks verbetert en de implementatie onnodig complex maakt. De Douane blijft wel werken aan verbetering van de informatiepositie en rechtsbescherming van belastingplichtigen.

Noot

De Kamerbrief gaat over de voortgang van de invoering van het fiscaal inzagerecht, maar laat vooral zien hoe groot de achterstand van de Belastingdienst op het gebied van de informatiehuishouding nog altijd is. 

Wie de brief leest, krijgt in de eerste plaats de indruk dat de invoering van art. 66a AWR vooral een technisch vraagstuk is. Dat is echter niet de kern van het probleem. De Belastingdienst beschikt simpelweg niet over een integraal fiscaal dossier. Informatie is verspreid over tientallen systemen, e-mails worden niet centraal opgeslagen en medewerkers bouwen tijdens de behandeling van een dossier niet vanzelfsprekend een extern inzichtelijk dossier op. Om informatie inzichtelijk en beschikbaar te krijgen is een verandering in de informatiehuishouding bij de Belastingdienst noodzakelijk. 

Dat is wat mij betreft een opvallende constatering, zeker nu de informatiehuishouding van de Belastingdienst reeds langer onder een vergrootglas ligt. De huidige implementatiestrategie roept bovendien een principiëlere kwestie op; een wettelijk recht behoort in beginsel niet afhankelijk te zijn van de kwaliteit van de interne informatiehuishouding van het bestuursorgaan.

Opvallend is bovendien dat de overgangsregeling een veel grotere betekenis krijgt dan op het eerste gezicht lijkt. De bedoeling van art. 66a AWR is dat belastingplichtigen uiteindelijk een afdwingbaar recht krijgen op inzage in hun fiscale dossier. Uit de Kamerbrief volgt echter dat dit recht pas ontstaat nadat een belastingmiddel bij algemene maatregel van bestuur in art. 5b UR AWR 1994 is aangewezen. Tot die tijd is art. 66b AWR bepalend. Dat artikel biedt de Belastingdienst weliswaar de mogelijkheid om stukken beschikbaar te stellen, maar verplicht daartoe niet. 

Het is daarbij denkbaar dat de staatssecretaris de komende jaren in art. 5b UR AWR 1994 geen enkele rijksbelasting zal opnemen. De regeling van art. 66b AWR dreigt daardoor jarenlang zoniet tot 2032 de feitelijke hoofdregeling te worden. Dat is een opmerkelijke uitkomst voor de bepaling die op grond van het amendement-Omzigt c.s. juist bedoeld was om op korte termijn de rechtspositie van belastingplichtigen te versterken.