Prins Bernhardplein 200 (Unit 0.02A)

1097 JB Amsterdam

Telefoon 085-0209327

Mr. N. Kolste Legal & Tax

Noot: Beleidsreactie op toetsing selectie-instrumenten aan artikel 22 AVG

Noot Niels Kolste in NTFR 2025/152

Samenvatting

Staatssecretaris Heijnen deelt de recente beleidsreactie op het verzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens over het gebruik van geautomatiseerde selectie-instrumenten bij de Belastingdienst. De nadruk ligt op transparantie, rechtmatigheid en de bescherming van burgerrechten binnen bestaande wettelijke kaders.

Aanleiding en zorgen AP

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft sinds 2024 een toezichtarrangement bij de Belastingdienst ingesteld om de AVG-compliantie te waarborgen. In haar brief van 8 augustus jl. stelt de AP dat op basis van de huidige informatie niet kan worden vastgesteld of de Belastingdienst voldoet aan de vereisten van art. 22 AVG. De AP wijst op drie punten van zorg: het objectief en rechtmatig kunnen aantonen van selectiecriteria, het ontbreken van structureel onderzoek naar discriminatie en het gebrek aan betekenisvolle menselijke tussenkomst na selectie.

Plan van aanpak en waarborgen

De Belastingdienst gebruikt ruim honderd selectie-instrumenten voor de efficiënte uitvoering van diens taken. De AP dringt aan op een plan van aanpak waarin deze instrumenten worden getoetst aan en beoordeeld op de geldende wettelijke kaders en eisen. Heijnen onderstreept de noodzaak om transparant te zijn over het gebruik van selectie-instrumenten en de waarborgen omtrent objectieve rechtvaardiging en toetsing op discriminatie. Tevens wordt benadrukt dat besluiten niet uitsluitend geautomatiseerd mogen plaatsvinden en waar nodig menselijke beoordeling vereisen.

Verbetertrajecten en implementatie

De Belastingdienst werkt aan een integraal kwaliteitsmanagementsysteem voor gegevensverwerking en is gestart met biasmetingen voor bestaande selectie-instrumenten. Verder komt er een werkinstructie voor toetsing aan de AVG, non-discriminatie en behoorlijk bestuur, en worden alle algoritmes met hoge impact in het Algoritmeregister opgenomen. Het gevraagde plan van aanpak wordt uitgewerkt en uiterlijk 1 december 2025 ter beoordeling aan de AP toegezonden. Heijnen zal de Kamer informeren over de voortgang en de beoordeling, zodat volledige transparantie en controle op het gebied van de AVG kan worden gewaarborgd.

Noot

In het kader van het sinds 2024 lopende toezichtarrangement heeft de AP de Belastingdienst een ultimatum gesteld: vóór 1 december 2025 moet worden aangetoond dat de meer dan honderd door de Belastingdienst gebruikte selectie-instrumenten voldoen aan art. 22 AVG. 

De bevindingen van de AP zijn in mijn ogen niet mals. Zo berust bij meer dan de helft van de door de Belastingdienst gebruikte instrumenten de onderbouwing van de selectiecriteria uitsluitend op ‘algemene ervaring’ of ontbreekt documentatie geheel; bij 15% van de instrumenten ontbreekt betekenisvolle menselijke tussenkomst en bij slechts 10% heeft een zogenoemde Data Protection Impact Assessment (DPIA) plaatsgevonden. Met een DPIA worden vooraf de privacyrisico’s van een gegevensverwerking in kaart gebracht.

De staatssecretaris erkent weliswaar de noodzaak tot transparantie en kondigt verbetertrajecten aan zoals de implementatie van een integraal kwaliteitsmanagementsysteem, biasmetingen voor bestaande instrumenten, en een opname van algoritmes in een algoritmeregister. Een concreet plan volgt echter pas eind 2025, hetgeen lastig te rijmen is met het door de AP gestelde ultimatum.

Op basis van deze brief van de staatsecretaris, maar onder meer ook de voortgang van het wetsvoorstel Inzage in eigen fiscaal dossier en eerdere onderzoeken in dit kader, heb ik op zijn zachtst gezegd mijn twijfels over de manier waarop de informatiehuishouding en het gebruik van deze data in diverse systemen bij de Belastingdienst momenteel is ingericht en in hoeverre de Belastingdienst wat dit betreft daadwerkelijk volledig ‘in control’ is. Het lijkt mij wenselijk hierin zo snel mogelijk verbetering te brengen, zowel voor belastingplichtigen en toeslagengerechtigden op wie de instrumenten grote impact kunnen hebben, als voor de Belastingdienst zelf, die wel effectief toezicht zal moeten kunnen blijven houden.